POLO DE HAAS
NEDERLANDSE PIANOMUZIEK
Emergo EC 3911-2

Maar liefst op de kop af 80 minuten staat er op deze riant met Nederlandse en door meesterpianist Polo de Haas superieur ingespeelde CD. En wat meer is, muziek van componisten die deels in ons land en waarschijnlijk ook daarbuiten ten zeerste zijn ondergewaardeerd. Een grote verrassing was bijvoorbeeld JUST SIGNALS van Joep Straesser. Een opus van deels weerbarstige en onverhuld romantische signatuur. Soms verwant aan ANATHEMA van Peter Schat, maar aanzienlijk overtuigender van inhoud.  
En ook veel minder modieus. Niet minder imposant zijn de MINIATUREN opus 8 van Willem Frederik Bon, die dateren uit 1968 en als een soort late maar overtuigende Hollandse evenknie van Schönberg’s Sechs kleine Klavierstücke opus 19 kunnen worden beschouwd: uiterst gecondenseerde, hyperexpressieve en rijke muziek die het eens temeer onbegrijpelijk maken dat het werk van deze componist niet veel meer op de programma’s prijkt. In hoge mate prikkelend is tevens BROUILLARD voor piano en tape van Ton Bruynèl, dat soms aan de electronische muziek van Jan Boerman doet denken en, niet te vergeten Jos Kunst’s SOLO IDENTITY II waarin de echo’s van Xenakis’ pianostukken op een hoogst originele wijze zijn verwerkt. Alsof het nog niet genoeg is bevat deze CD ook nog modelvertolkingen van Leon Orthel’s CINQ ETUDES CAPRICES, Jacques Bank’s THE MINIMAL MEANS OF CARL UNTHAN, Karel Goeyvaerts’ ritueel geconcipieerde LITANIE I alsmede de vol carillonklanken stekende SONATINA PER PIANOFORTE, opus 20 van Rudolf Escher. Dit alles met meesterhand tot leven gewekt door de handen van Polo de Haas, die in geen enkel opzicht voor één gat te vangen is. De opname is voortreffelijk en het geheel is voorzien van uitvoerige en zeer inzichtelijke toelichtingen.

EEN DISCOGRAFISCHE MIJLPAAL OP HET GEBIED VAN DE RECENTE NEDERLANDSE PIANOMUZIEK, KORTOM.

Maarten Brand, De Gelderlander.10-12-2002


POLO DE HAAS – 40 jaar pianist
Emergo Classics EC 3911-2

PIANOMUZIEK UIT DE EERSTE HAND

Met hulp van bestaande opnamen uit de omroeparchieven en een drietal nieuw ingespeelde werken kijkt pianist Polo de Haas op deze CD met de luisteraar terug op een halve eeuw Nederlandse pianomuziek. Smeuïg beschrijft De Haas in het goed gedocumenteerde en interessante CD-boekje, hoe hij met zijn leraar Jan Odé de componist Rudolf Escher in zijn weelderig ingerichte huis aan de Keizersgracht bezocht, om voor hem zijn Sonatina per Pianoforte ( uit 1959 ) voor te spelen. Het bleef het enige moderne werk dat hem tijdens zijn opleiding werd aangereikt, maar deze ervaring zette hem tot een levenslange zoektocht naar eigentijds repertoire aan. Terecht dus dat deze jubileum-CD met de sonatine van Escher aanvangt. Het driedelige werk is nog steeds het aanhoren waard: helder, pianistisch en door De Haas met kennelijk groot plezier speciaal voor deze CD opnieuw ingespeeld op een Yamaha-concertvleugel. Van nog meer inleving en betrokkenheid getuigen de eveneens recente opnamen van de welsprekende Miniaturen uit 1966 van Willem Frederik Bon, die op deze 80 minuten lange CD een soort oase vormen, in die zin dat muzikaliteit en intellect hier bijkans volmaakt samenvloeien. Het zeer diverse aanbod op deze CD is stellig voer voor alle pianisten. Veel stukken kunnen ze als het ware uit de eerste hand beluisteren, want De Haas voerde vele werken als eerste uit, zoals de compositie “Broulliard” van Ton Bruynèl, waarvan een live-opname werd ingevoegd. Een beetje belegen klinkt de meeste pianomuziek uit de omroeparchieven wel, met een soms te schelle diskant, maar dat ligt misschien aan de esthetiek die in de jaren zeventig en tachtig opgeld deed. De archief-opname van “Solo Identity II” van Jos Kunst uit 1973 blijkt zich echter goed gehouden te hebben en noopt tot geconcentreerd luisteren.

Kees Arntzen, Trouw 21-11-2002

POLO DE HAAS : Scarlatti, Musorgsky. Beethoven
POLO DE HAAS/PIERRE COURBOIS : “ Gong….”
Emergo Classics EC 3926-2
Emergo Classics EC 3925-2

Pianist en componist POLO DE HAAS is een allround musicus die zich met gemak door verschillende muziekgenres beweegt, of dat nu nieuwe muziek, klassieke muziek of jazz is. De beide Cd's die zojuist verschenen zijn tonen dat weer eens overduidelijk aan. Eén onder de naam Piano Solo, met werken van Scarlatti, Musorgsky en Beethoven en de andere, getiteld Gong , met eigen composities van De Haas zelf alsmede nummers van slagwerker Pierre Courbois en De Haas samen. Gong is duidelijk geënt op onze tijd met stukken als Blues for PC en ABBA. “ Gong….” dankt zijn naam aan de improvisaties van Courbois op zijn omvangrijke set gongen in samenspel met De Haas aan de piano. De Haas gebruikt niet allen de toetsen maar tokkelt ook op de snaren van de vleugel, wat een specifiek strijkereffect oplevert. Vooral de moeite waard voor liefhebbers van jazz en geïmproviseerde muziek. Voor wie dit echter allemaal te modern klinkt is de andere CD met Beethoven, Musorgsky en Scarlatti ECHT EEN AANRADER. De Haas speelt hier uiterst verfijnd en wandelt onder meer zeer poëtisch door de beroemde Schilderijententoonstelling van Musorgsky, waarbij hij met zijn subtiel beeldend vermogen de tekeningen helder aanschouwelijk maakt.

Els Boer
De Gooi en Eemlander 16-11-2000


POLO DE HAAS/PIERRE COURBOIS Piano/Slagwerk Duo
GONG ……
Emergo Classics EC 3925-2

Mysterieuze percussie opent dit van begin tot eind ongehoord spannende album.
Dit is jazz: twee musici die elkaar langs muzikale weg tarten, beminnen, aanvuren, afwijzen, omhelzen. Niets ligt vast, alles is open. Schaduwboksen waarbij de bewegingen wel degelijk als mokerslagen aankomen. Deze jazz valt in Nederland veelal tussen wal en schip: te goed voor de rammelende rotzooi van de Amsterdamse improscene, te ongrijpbaar voor de pers, te experimenteel voor de juryleden van Edison of Bird. Dit project is van een superieure zeggingskracht. Het is als in een hallucinerend spannende thriller waar je van het ene spannende hoogtepunt naar het volgende bloedstollende moment wordt meegesleurd. Het ene moment is ‘Gong….’ swingend, dan weer ongenaakbaar cool. De Haas is een meester in het suggereren van stemmingen, waarbij de roffels van Courbois de intensiteit verhevigen.
Je kunt je echter nooit in een song of stemming nestelen, want een paar maten verder is uitzicht, gevoel en stemming weer radicaal anders.
Het stuk “Song” kan nu al als een hoogtepunt in de geschiedenis van de Nederlandse jazz worden bijgezet. Net als dit album: goed voor ruim zeventig minuten totale verstandsverbijstering.
Ongelooflijk!

Eric van ’t Groenewout.
Jazz nu Jan, 2001


Ton de Leeuw

Een van de mooiste pianowerken die de laatste jaren werden geschreven door een Nederlandse componist is Les Adieux van Ton de Leeuw uit 1988. Het werk duurt ongeveer twintig minuten en is als het ware één grote spanningsboog. Met minieme middelen wordt een complete wereld geschapen. De titel verwijst niet naar de gelijknamige sonate van Beethoven maar naar Ton de Leeuws vertrek uit Nederland (sinds een paar jaar woont hij in Parijs). Het werk van Beethoven staat ver van dat van de Leeuw, hoewel iets van diens monumentaliteit en van de groots opgezette vorm die is opgebouwd uit beperkt tonenmateriaal zeker vergelijkbaar zijn. Beethoven wekt de indruk zijn totale persoonlijkheid in zijn werk tot uitdrukking te willen brengen. De Leeuw, die zich graag laat leiden door de oosterse filosofie, wil juist zichzelf als componist onzichtbaar maken.
'Muziek als artistieke monoloog is voor mij volstrekt onbelangrijk,' aldus Ton de Leeuw. Zonder deze kennis is De Leeuws werk moeilijk te interpreteren. Want de componist vraagt ook van de instrumentalist een grote mate van bescheidenheid in de interpretatie. Hij moet zichzelf losmaken van zijn eigen ego 'om als instrument te kunnen fungeren voor de klank, voor het universele'.
Dat die houding kan leiden tot twee geheel verschillende uitvoeringen van eenzelfde werk blijkt uit de opnames die René Eckhardt en Polo de Haas maakten van Les Adieux.
Eckhardt speelt directer, zit als het ware dichter op de noten. Soms ontstaat een sfeer van statige afstandelijkheid, die Ton de Leeuw ongetwijfeld op prijs stelt, maar af en toe dreigt Eckhardt met zijn benadering de grote lijn uit het oog te verliezen. De Leeuw zelf legt juist daarop de nadruk. 'Het is voor de uitvoerder heel moeilijk om die grote boog vast te houden,' aldus de componist. Bij Polo de Haas is het eerder omgekeerd. Geen moment verliest hij de continuïteit van de muzikale beweging uit het oog. Zijn interpretatie is veel introverter.
Maar het gevaar van te grote gelijkmatigheid ligt daarbij op de loer. Op de cd van Eckhardt staan nog twee werken van Ton de Leeuw: Hommage á Henry voor klarinet en piano en Trio voor fluit, basklarinet en piano. Polo de Haas combineerde Les Adieux met een eigen compositie en met vier flitsende stukken van Theo Loevendie, waarvan het soms jazz-achtige karakter mooi contrasteert met de mystiek van de Leeuw.

Paul Luttikhuis, NRC 1992

Met deze cd van Polo de Haas staan we met beide muzikale benen in onze tijd, en ik hoor velen al hardop denken:'Twintigste eeuwse muziek, da's niks voor mij!' Dat zou ook best kunnen, want De Haas schuwt met deze plaat het experiment niet. En experiment kost moeite, en is daardoor per definitie lastig. Doe me echter een lol, en lees toch even door, want het leuke van deze plaat is het avontuur. De Haas zegt onder meer: 'Ik hou niet van hedendaagse muziek met een zinledige hoeveelheid nootjes die je in veel gevallen ook zou kunnen improviseren. Muziek moet je meenemen; het hoeft je niet zozeer te ontroeren, maar het moet je ergens raken.' Met deze bagage gewapend plaatste ik de schijf in mijn speler en met de ogen dicht heb ik me laten raken door zoals De Haas het omschrijft 'een waanzinnig avontuur dat licht gaf en ik vloog op de hedendaagse muziek af als een mug op een lamp'. Ik kan me goed voorstellen dat deze muziek een brug kan slaan tussen de klassieke muziek en het hedendaagse repertoire. Daarin ligt voor degene die het horen en ervaren wil de kracht ervan. Heel even moest ik denken aan de periode dat ik in een jazz-combo improviseerde en plotseling ontdekte hoe dicht ik bij de taal van Schönberg zat. Toen pas begon die wereld voor mij te spreken.

Geluidskwaliteit: 8/9
Belang: voor wie wil 10
HVT Magazine


Dokter Zhivago luidt de titel van het boek waarmee de dichter Boris Pasternak wereldberoemd werd. Hij kreeg in 1958 de Nobelprijs voor zijn oeuvre. Maar Pasternak was een zoon van een concertpianiste en voorbestemd om musicus te worden. Hij speelde piano, componeerde en rondde keurig zijn conservatoriumopleiding af. Na een gesprek met zijn grote voorbeeld Scriabin besloot Pasternak omdat hij geen absoluut gehoor had, de muziek te verruilen voor de filosofie. Maar na de nodige omzwervingen belandde hij uiteindelijk in de poëzie. Het is nog maar enkele jaren geleden dat de jeugdcomposities van Pasternak boven water kwamen.

Maarten Mesirom, Dagblad van het Noorden

In februari maakte ik een fraaie presentatie mee van Simeon ten Holt's soloduiveldansen in de spiegelzaal in de Beurs van Berlage:
Angela Verdurmen danste in wapperende gewaden waarop schitterende diabeelden van Caterina Bertolotto werden geprojecteerd. Minimal music leent zich uitstekend voor dit soort complementen, en er werden al eens choreografieën op Ten Holt's werk gemaakt door Krisztina de Châtel en Truus Bronkhorst. De eerste dans op de cd staat dicht bij Reich (stevige accenten), de tweede is 'fluweler', meer Schumanesk. De liefhebbers van Ten Holt's Canto Ostinato zullen zeker aan die derde soloduiveldans veel plezier kunnen beleven. De opname van een hoorbaar liveconcert in De Flint in Amersfoort klinkt desalniettemin behoorlijk.

Ernst Vermeulen, Disk, april 1992

Het is een mooie zomerdag, je zit in een bootje en je glijdt langzaam over het water.
Boven je hoofd schijnt de zon door het overhangend gebladerte van een boom en je kijkt al reikhalzend uit naar het uitzicht achter de volgende bocht. ..
Simeon ten Holt schrijft sinds de jaren zeventig lange, hypnotiserende pianowerken, waarin de uitvoerders zelf de lengte van het werk bepalen door naar eigen inzicht delen van de partituur te gebruiken, te herhalen of weg te laten. Dat geldt ook voor Méandres, dat Ten Holt tussen 1995 en 1997 schreef.
Er zijn vier onafhankelijke, meanderende pianopartijen.

Trouw, Sandra Kooke
(ingekorte versie van bespreking concert uitvoering van Méandres)

Ten Holt weet toch weer te verrassen

Eadem sed aliter, hetzelfde, maar dan anders. Het is credo en procedé waarop de werken van Simeon ten Holt zijn gebouwd. Maar wie had gedacht dat de inmiddels 76-jarige schepper van repetitieve succesnummers als Canto Ostinato, Lemniscaat en Horizon er opnieuw in zou slagen nieuwe wijn in oude vaten te gieten? Met Méandres , dat gisteravond in een uitverkocht Muziekcentrum Vredenburg zijn wereldpremière beleefde, toonde Ten Holt aan nog voldoende vitaliteit te bezitten om een vijfde, even boeiende als oorspronkelijke compositie te kunnen afleveren.
Groot was de verrassing om na de opening met vertrouwd meanderende motieven getuige te worden van de geboorte van een hoogstpersoonlijk stuk muziek dat vooral lijkt te zijn geïnspireerd door de Barokke klankwereld. Veel lopende figuren weven de achtergrond voor het muzikale middelpunt van het zeven kwartier durende stuk: een vaste opeenvolging van akkoorden die, gesteund door een markante baslijn, de sfeer ademt van een koraalsetting. Wat volgt roept associaties op met een over gedimensioneerd preludium of een virtuoze toccata. Dan weer die zweem van een koraalmelodie die, binnen het idioom van Ten Holt, op alle denkbare manieren wordt ontwikkeld: in hoge en lage liggingen, gegarneerd met versieringen, ritmische accenten en flink wat chromatische verwikkelingen. Ten Holt heeft zich er nooit over uitgelaten, maar het verwerken van connotaties uit het verleden maakt, alleen al door haar tonaal karakter, impliciet deel uit van zijn muziek. Dat maakt van Méandres nog geen Neobarok, maar wel een geslaagde synthese van herkenbare patronen met een oereigen stijl. Met als resultaat een fascinerend stuk pseudopolyfonie dat eindigt in een lyrisch lamento van een eenzame piano. Méandres is, net als Soloduiveldans IV dat Kees Wieringa als warming up speelde, toch vooral Ten Holt in optima forma: groeiend en krimpend, vloeiend en in balans en meesterlijk in de dosering van nieuwe muzikale 'permutaties'. Zeker onder de handen van het even begrijpend als uitstekend voorbereid viertal Kees Wieringa, Ellen Dijjkhuizen, Polo de Haas en Fred Oldenburg. Meer dan menig ander componist is Simeon ten Holt immers afhankelijk van de kwaliteit, keuzes en smaak van uitvoerenden. De even onstuimige als trouwe schare fans beloonde uitvoerenden, maar vooral Ten Holt met een staande ovatie. Terecht en in de hoop op meer muziek van de hand van deze even populaire als beminnelijke Nederlandse componist.

Jurriaan Meyer (16-101999)

Geen enkele noot is overbodig

Polo de Haas Quartet: Soolmaan, Timeless CD SJP 384

De eerste cd van Polo de Haas' jazzkwartet heeft een paar weken liggen te verstoffen;
mijn verwachtingen waren niet zo hoog gespannen. De Haas is een pianistische duizendpoot, maar bevat zijn muziek wel genoeg diepgang? Zangeres Leoni Jansen kende ik van een tv-programma dat ik heel aardig vond zolang ze niet ging zingen. De bas wordt bespeeld door Egon Kracht, die nog maar net komt kijken. Die verwachtingen bleken echter thuis te horen in het rijk der vooroordelen. Soolmaan biedt een enorme diversiteit en is gemaakt met veel inzet en speelplezier. Jansen blijkt tot veel meer in staat dan oppervlakkige vertolkingen van jazzstandards en popsongs. Probleemloos zingt ze het quasi-Hongaarse Béla, het complexe bebopstuk Bo Bip, het opera-achtige Song of a Bitch en het cabareteske Two to Tango.
De Haas streeft naar harmonische eenvoud en overzichtelijkheid. Hij speelt veel noten, maar geen enkele is overbodig. Diezelfde helderheid kenmerkt het spel van drummer Pierre Courbois; hoewel hij veel drukte kan maken in zijn soli, weet hij precies wanneer hij een dienende rol moet vervullen. Egon Kracht haalt een pracht van een toon uit zijn contrabas en soleert met overgave.
Soolmaan is, kortom, het zeer onderhoudende debuut van een groepje dat hoognodig eens in het Bimhuis moet spelen.

Jeroen de Valk, Parool, 3 oktober 1992

Een monument van non-conformisme

Eerlijke keuzes

De cd is uniek in zijn soort om de uitgave door de Wereldomroep maar veel meer nog om de muziek die er op staat. Het Quartet gaf bij de presentatie een concert dat elke twijfel van het podium blies. Gelouterde musici als De Haas en Courbois hebben lang genoeg geëxprimenteerd om nu eerlijke keuzes te maken. Ze durven tegenwoordig uit te komen voor wat ze mooi vinden. Het plezier dat daardoor aan het spelen wordt beleefd, was van hun gezichten af te lezen. Non-conformisme in optima forma, dat is Soolmaan geworden. Bartok, Berio, Coltrane, Paul Simon en Polo de Haas. Schijnbaar onverenigbare invloeden zijn in het Polo de Haas Quartet heel verrassend toch tot een eenheid geworden. Leoni zingt in feite de partijen van de blazers maar heeft meer expressiemogelijkheden dan koper. Dat de jonge Egon Kracht zich moeiteloos handhaaft naast deze giganten mag een duidelijk signaal zijn. Het is eerder gezegd: Kracht wacht een grootse toekomst.
De cd is even schitterend als het concert zondagmiddag was.

Luc Dördregter

Deze pagina printen